In het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (VMBO) bestaan er vier ‘leerwegen’ en vier ‘sectoren’. De 'leerwegen’ geven aan hoeveel theorielessen en praktijklessen je krijgt. De leerweg wordt bepaald door school op basis van het leerniveau. De ‘sectoren’ geven aan welke vakken je krijgt. De leerlingen kiezen (in overleg met hun ouders) de sector. De keuze voor de sector gebeurt in de loop van leerjaar 2.
Er bestaan de volgende leerwegen in het VMBO:
• VMBO theoretische leerweg (vmbo-tl) - de leerlingen doen in zes algemene theoretische vakken eindexamen en kunnen doorstromen naar het havo. Deze leerweg lijkt het meest op de oude MAVO.
• VMBO gemengde leerweg/gemengd theoretische leerweg (VMBO-gl) - de leerlingen doen eindexamen in vijf algemene vakken en een beroepsgericht vak. Deze leerweg is bedoeld voor leerlingen die niet veel moeite hebben met leren, maar zich willen voorbereiden op de beroepspraktijk.
• VMBO kaderberoepsgerichte leerweg (VMBO-kbl)- deze leerweg is vooral gericht op het leren door middel van praktisch bezig zijn met de lesstof. De leerlingen doen eindexamen in vier algemene vakken en een beroepsgericht vak.
• VMBO basisberoepsgerichte leerweg (VMBO-bbl)- deze variant is ook bedoeld voor praktisch ingestelde leerlingen, maar is minder zwaar dan de kaderberoepsgerichte leerweg. De leerlingen doen eindexamen in vier algemene vakken en een beroepsgericht programma.
Het vmbo kent vier ‘sectoren’: Techniek, zorg en welzijn, economie en landbouw
Het aanbod kan per school anders zijn. Op niet alle VMBO-scholen worden in de bovenbouw dezelfde sectoren aangeboden, bijvoorbeeld de sector Landbouw wordt vaker niet aangeboden. Het is belangrijk dat je dit voor de keuze van school weet, en dat de sectoren die wel aangeboden worden bij je interesse past.
De bedoeling is dat je na de VMBO verder gaat op het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) om je te specialiseren in een bepaalde sector.
Om een vmbo- diploma te kunnen halen is soms extra begeleiding nodig. Als een
leerling aan bepaalde criteria voldoet, kan de school zogenaamd Leerwegondersteunend onderwijs aanvragen. Voor de scholen in het vmbo is het besluit tot Leerwegondersteunend onderwijs van belang omdat scholen van de overheid extra geld krijgen. Met dat geld kunnen scholen bijvoorbeeld minder leerlingen in één klas zetten. Het geld dat een school krijgt voor Leerwegondersteunend onderwijs is niet gebonden aan de leerling waarvoor het is toekend (niet-leerlinggebonden middelen).
Leerlingen in het Leerwegondersteunend onderwijs volgen één van de reguliere vormen van vmbo. Vaak zitten leerlingen die Leerwegondersteunend onderwijs volgen in reguliere klassen. Op sommige scholen zijn er aparte klassen voor Leerwegondersteunend onderwijs.